Publicatie dagblad de Limburger 3 Juli 2021 door Gertie Driessen

‘Weinig begraafplaatsen waar verschil tussen rijk en arm zo duidelijk is’

Het oude kerkhof in Roermond is een rijksmonument en staat tot ver buiten de regio bekend om zijn bijzondere kenmerken. De stichting die dit wist te bewerkstelligen bestaat 4 juli 25 jaar.

Hij is geen Roermondenaar dus hij mag het zeggen zonder van chauvinisme te worden beticht. D’n Aje Kirkhoaf, zoals de Begraafplaats nabij Kapel in ’t Zand liefkozend wordt genoemd, kent zijn gelijke niet in Limburg en hoort landelijk zeker tot de top vijf als het gaat om historisch interessante dodenakkers.

Heythuysenaar Maurice Heemels, één van de kartrekkers 25 jaar geleden en nog steeds vrijwilliger bij de Stichting Oude Kerkhof, kan het weten. Hij maakte als geschiedenisstudent niet alleen een scriptie over de Roermondse begraafplaats uit 1785, maar promoveerde er ook op. Althans op het klassenstelsel, de verschillende rangen en standen destijds in de maatschappij, waarvan het kerkhof een afspiegeling is. „Er zijn weinig begraafplaatsen waar je dat tijdsbeeld nog zo duidelijk terug ziet”, zegt Heemels.

Arme sloebers

Aan het brede wandelpad in het midden, de hoofdallée, prijken de opzichtige grafmonumenten van de Roermondse notabelen. Helemaal aan de zijkanten, in rang vier, liggen de arme sloebers. Soms met drie boven elkaar. Het graf voorzien van een simpel houten kruisje. En niet eens gelegen aan een wandelpad. Zelfs als je bulkte van het geld kon je niet zomaar een graf aan de hoofdallée kopen. De grafmonumenten van de vele puissant rijke kermisfamilies die de bisschopsstad ooit telde, doen qua protserigheid niet onder voor die van de notabelen, maar ze liggen op een apart stuk. „Het zou not done zijn geweest in die tijd als ze midden tussen de notabelen waren begraven.”

De klassenindeling is één van de volgens Heemels zeven kenmerken die D’n Aje Kirkhoaf zo bijzonder maken. Hij somt de andere op. De diverse religies – katholiek, protestant, joods. De grote variëteit aan kunststijlen in grafmonumenten. De bekende personen die er begraven liggen. De vele grafkelders, die in de oorlog onderdak boden aan onderduikers en waar nu wel eens een dakloze zijn toevlucht zoekt. Het rijke smeed- en gietwerk rond graven. De veelheid aan oude bijzondere bomen.

Graf met de handjes

En dan te bedenken dat wat nu één van de parels is van Roermond en mede dankzij het befaamde ‘graf met de handjes’ een toeristische trekpleister, er bijna niet meer was geweest. Of in elk geval zwaar onderkomen zou zijn als een kwart eeuw geleden een klein groepje mensen zich niet het lot van de begraafplaats had aangetrokken. Zij wilden het verval van de dodenakker een halt toeroepen.

Het was aanvankelijk trekken aan een dood paard. De gemeente stond niet echt te springen. D’n Aje Kirkhoaf was een vergeten stukje Roermond waar al sinds 1948 niet meer begraven werd, behoudens een bijzetting in een familiegraf. Niemand die de historische waarde ervan inzag. „Het is nu bijna niet voor te stellen, maar in de jaren zestig zijn er zelfs plannen geweest om het kerkhof te ruimen voor woningbouw”, weet Heemels. Gestaag timmerde de stichting aan de weg en wist in de loop der jaren het tij te keren. Niet alleen dankzij het vele restauratiewerk, maar vooral ook door haar zoektocht naar informatie over de dodenakker en degenen die er begraven liggen. Er verschenen diverse boeken, er is een uitgebreide website en vrijwilligers delen hun kennis door rondleidingen te verzorgen. „Die zijn zeer in trek. We geven er zo’n tweeduizend per jaar.”

Begrip

De stichting haalt haar inkomsten vooral uit de rondleidingen en de verkoop van het populaire boek van vrijwilliger John Vaessen Dood, maar niet vergeten, dat al aan zijn derde druk bezig is. Soms zijn er subsidiepotten waarop ze voor bepaalde restauratieprojecten een beroep kan doen en dan zijn er nog de ‘Vrunj van de Stichting’, die financieel bijdragen. Wat 25 jaar geleden begon met zes mensen is inmiddels een hechte club van zo’n 25 vrijwilligers. En ieders inzet telt, wil Heemels graag benadrukt zien. „Het zijn meestal dezelfde koppen die in de publiciteit komen, maar degene die schoffelt, de graven restaureert of de Allerzielentocht organiseert, is net zo belangrijk als het om de instandhouding van deze parel gaat.”

De stichting heeft in een kwart eeuw bereikt wat niemand destijds voor mogelijk hield. Niet alleen is het verval tegengegaan; D’n Aje Kirkhoaf is een begrip geworden. „Niemand zal nu nog durven zeggen dat de begraafplaats geruimd moet worden”, constateert Heemels tevreden. „Het belang van dit stukje funerair erfgoed is inmiddels echt wel doorgedrongen.”

Het jubileum wordt in verband met corona pas gevierd in het weekend van 4 en 5 september.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.